Terrorisme-experts waarschuwen: maak niet dezelfde fout als in 2009

https://nos.nl/artikel/2316756-terrorisme-experts-waarschuwen-maak-niet-dezelfde-fout-als-in-2009.html

Negen maanden na de aanslag in Utrecht, op 9 december 2019, ging het dreigingsniveau in Nederland omlaag van “substantieel” naar “aanzienlijk”. Een nieuwe terroristische aanslag is nog steeds voorstelbaar, schreef de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), maar de situatie is nu “onvergelijkbaar” met een paar jaar geleden.

Bijna hetzelfde gebeurde tien jaar geleden. Ook toen werd, in december 2009, het dreigingsniveau in Nederland verlaagd. De slagkracht van terreurgroep Al-Qaida in Europa was afgenomen, concludeerde het kabinet destijds. Nederland was veiliger. Wel was er “alle reden om waakzaam te blijven”.

Maar daar waren wel minder middelen voor, zo bleek. Na 2009 gingen de budgetten van de Nederlandse inlichtingendienst en de politie omlaag, terrorisme-experts binnen die organisaties kregen in sommige gevallen andere taken. Succesvolle deradicaliserings-programma’s in onder andere Amsterdam werden wegbezuinigd en mensen met veel kennis over extremisten verloren hun baan.

Trauma

Terrorisme-experts waarschuwen in gesprek met de NOS voor een herhaling van deze verslapping. Ook als de dreiging (zoals nu) afneemt moet terrorisme-expertise op nationaal en lokaal niveau behouden blijven, stellen Beatrice de Graaf en Jelle van Buuren.

“Ik begrijp de roep om bijvoorbeeld meer politiecapaciteit in te zetten tegen ondermijning en cybercriminaliteit, maar als je nu budget weghaalt bij terrorismebestrijding, moet je straks weer mensen opleiden, net als tien jaar geleden”, zegt Beatrice de Graaf, als terrorisme-onderzoeker en hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht.

“2009 is wat dat betreft een trauma”, zegt Jelle van Buuren, terrorismeonderzoeker van de Universiteit Leiden. “Er is toen bezuinigd op onder meer de AIVD, een paar jaar later ging het behoorlijk mis.”

Vliegwiel

Met “behoorlijk mis” doelt Van Buuren op IS. De terreurgroep kwam in 2013 op in Syrië en Irak. Daar riep IS een ‘kalifaat’ uit en trok tienduizenden strijders aan. Na een oproep tot het plegen van aanslagen volgden grote terreurdaden in Parijs (2015), Brussel (2016), Nice (2016), Berlijn (2016), Manchester (2017) en Barcelona (2017).

IS werkte als een “vliegwiel”, een katalysator, voor het jihadisme in Europa. De dreiging door extremisten was de jaren ervoor juist afgenomen. Door IS kregen ze weer richting, een doel, een leider en een vijand.

“Ook nu kan er een gebeurtenis plaatsvinden die als vliegwiel kan fungeren”, zegt Van Buuren. “Bijvoorbeeld nieuwe charismatische leiders die opstaan, dat kunnen uitreizigers zijn die terugkomen, of gevangenen die vrijkomen en anderen inspireren tot een terroristische daad.”

Gevoelig voor trends

Nederland is bovendien gevoelig voor “internationale trends” op het gebied van terrorisme, aldus De Graaf. “Nederland is zelden of nooit producent, maar altijd afnemer van terrorisme geweest. Dat is al decennia zo. Als er elders iets gebeurt, komt het zo weer deze kant op. Weliswaar vaak in een iets afgezwakte vorm.”

In Nederland manifesteerde de opkomst van IS zich vooral door honderden uitreizigers; Nederlanders die gingen vechten voor het kalifaat. Terroristische aanslagen waren er ook. Het hardst werd Nederland geraakt met de aanslag in Utrecht (2019) en de steekpartij op Amsterdam Centraal (2018).

Aanslagen in Nederland in het afgelopen decennium:
– 2011: Tristan van der V. schiet in Alphen aan den Rijn zes mensen dood, verwondt er zeventien en pleegt daarna zelfmoord. Zijn motief is nog altijd onduidelijk.
– 2016: Danny H., Jeroen B., Marco H., Raymond S. en Ronald M. gooien molotovcocktails naar een moskee in Enschede. Er vallen geen slachtoffers. Volgens de rechter gaat het om een aanslag met een terroristisch motief.
– 2018: Malek F. verwondt in Den Haag verschillende personen bij een steekincident. Volgens de rechter is hij volledig ontoerekeningsvatbaar en is er geen sprake van een terroristisch motief.
– 2018: Jawed S. verwondt drie mensen bij een steekpartij op station Amsterdam Centraal. De rechter gaat uit van een aanslag met een terroristisch motief.
– 2019: Gökmen T. schiet in Utrecht drie mensen dood, één overlijdt later aan zijn verwondingen en T. verwondt er zes. Het Openbaar Ministerie gaat uit van moord met terroristisch oogmerk, maar de rechter moet hierover nog oordelen.

Dat grotere aanslagen in Nederland uitbleven komt volgens de experts door veel factoren. Zo kwam er meer geld voor politie en inlichtingendiensten. “Rond 2009 raakt de AIVD dertig procent van haar budget kwijt. Dat is nu hersteld, ook zijn er speciale politiediensten die worden ingezet bij terreurdreiging”, zegt Van Buuren.

“Gewone agenten kunnen nu sneller worden uitgerust met automatische wapens en er zijn de afgelopen jaren veel crisisoefeningen geweest. Ook de lokale aanpak werkt, allerlei organisaties praten vroegtijdig met elkaar over individuen die mogelijk een gevaar vormen.”

De Graaf wijst op nog een reden: “Nederland is gewoon een ontzettend aangeharkt land. Het is moeilijk om hier een grote operatie met safehouses en oefeningen met wapens op te zetten. Neem die vermoedelijke terreurcel in Arnhem, die onlangs werd opgerold, die was vanaf het begin al geïnfiltreerd door de politie.

Angst
Een belangrijk doel van een terroristische aanslag is het zaaien van angst. Het WODC onderzocht het effect van terroristische dreiging en uit dat onderzoek bleek dat zo’n twee derde van de Nederlanders zich zorgen maakt over mogelijke aanslagen die hem of haar kunnen treffen. Luister naar deze aflevering van podcast De Dag voor een uitgebreid gesprek met criminologe Marieke Liem, een van de onderzoekers die betrokken waren bij het WODC-rapport.

Opmerkelijk: De Graaf ontdekte dat in de afgelopen jaren veel terrorisme-verdachten zijn opgepakt na tips van hun eigen familie of vrienden. “Uitreizigers bijvoorbeeld”, zegt De Graaf. “Daar belde vaak de moeder met de politie of burgemeester, ze vonden het nog altijd beter dat hun kind in de cel zat dan dat het afreisde naar Syrië of Irak.” Het vertrouwen in de autoriteiten en sociale controle speelt een belangrijke rol.

Toch moeten we ook de geluksfactor niet onderschatten, zeggen beide experts. Van Buuren: “In de IS-afdeling die aanslagen coördineerde, zaten nu eenmaal veel Fransen, en ja, die denken bij een aanslag dan eerder aan Frankrijk dan aan Nederland.”

Extreemrechts

Het ging de afgelopen tien jaar, en daarvoor, vooral over jihadistisch terrorisme, maar er waren ook grote aanslagen door aanhangers van extreemrechtse ideologieën; die op het Noorse eiland Utøya (2011), de moskeeën in Christchurch (2019) en een supermarkt in El Paso (2019) waren de grootste. In Nederland is de dreiging vanuit extreemrechtse hoek een stuk minder groot dan vanuit het jihadisme, stellen Van Buuren en De Graaf.

Ook de NCTV ziet dat zo. Een aanslag uit rechts-extremistische hoek is desondanks niet ondenkbaar, staat in het laatste dreigingsbeeld. Er gaat vooral dreiging uit van eenlingen, omdat rechts-extremistische groepen nauwelijks zijn georganiseerd.

Bij zulke eenlingen voeren we nu vaak een misleidend debat, vindt De Graaf. “We hebben de neiging om een jihadist “een terrorist” te noemen en een extreemrechtse aanslagpleger “verward”. Maar dit kan natuurlijk allebei.”

“Aanslagen door iemand die psychiatrische aandoeningen heeft én handelt vanuit een overtuiging, zijn heel moeilijk te voorkomen”, zegt Van Buuren. “Dit soort personen voldoet misschien nu nog niet aan onze klassieke ideeën over een terrorist, maar er zou weleens meer geweld uit kunnen gaan voortkomen dan we tot nu toe hebben gezien.”