Eén drugsbaron minder betekent vrijwel niets in de War on Drugs

https://nos.nl/artikel/2293876-een-drugsbaron-minder-betekent-vrijwel-niets-in-de-war-on-drugs.html

Joaquín Archivaldo Guzmán Loera, alias ‘El Chapo’, gold jarenlang als een van ’s werelds grootste drugsbazen. Vandaag is hij in New York veroordeeld tot levenslang. Maar dat één drugsbaas van het toneel verdwijnt, betekent vrijwel niets in de voortdurende strijd tegen de internationale drugshandel. Die strijd is grotendeels mislukt, zeggen verschillende drugsexperts tegen de NOS.

De cijfers lijken ze gelijk te geven: volgens het laatste World Drug Report van de Verenigde Naties neemt de wereldwijde productie van drugs jaar op jaar toe. Uit Colombia komt momenteel een recordaantal kilo’s cocaïne. De productie van opium in Afghanistan, voor onder meer heroïne, was nooit eerder zo hoog.

Ook de afzetmarkt groeit. 271 miljoen mensen gebruikten drugs in 2016, het meest recente peiljaar, een stijging van 30 procent ten opzichte van 2009. Met name de vraag naar stimulerende middelen als amfetamines (o.m. speed) en pijnstillende opioïden (zoals oxycodon, fentanyl en tramadol) stijgt wereldwijd sterk, aldus de VN.

Kingpin-strategie

Het bestrijden van de internationale drugshandel wordt op allerlei fronten tegelijk uitgevoerd: van het arresteren van drugshandelaren, het controleren van passagiers op vliegvelden en het doorzoeken van zeecontainers tot het infiltreren van het dark web.

Het meest tot de verbeelding spreekt waarschijnlijk de Amerikaanse War on Drugs, die in 1971 werd uitgeroepen. Bij die strijd, die onder meer wordt uitgevochten in Colombia en Mexico, zijn al honderdduizenden doden gevallen. Centraal in die War on Drugs staat het opjagen en veroordelen van de grote bazen zoals El Chapo.

Dat opjagen van kopstukken, ook wel de ‘kingpin-strategie’ genoemd, wordt vooral toegepast door de Verenigde Staten en Mexico. “Het doel ervan is het opbreken van de drugskartels, en je zou kunnen zeggen dat het lukte in Colombia”, zegt Sanho Tree, drugsexpert van het Amerikaanse Institute for Policy Studies. Hij doelt op de de strijd tegen Pablo Escobar. Zijn dood in 1993 betekende het einde van het ooit zo machtige Medellínkartel en vervolgens ook van het concurrerende Calikartel.

“Maar wat gebeurde er toen het ons lukte?”, vervolgt Tree. “De twee grote monopolies werden vernietigd en er kwam ruimte voor talloze kleine operaties. Het waren er zoveel dat we ze niet eens meer allemaal konden tellen, laat staan infiltreren en verstoren. Het resultaat was dat meer cocaïne dan ooit uit Colombia kwam.”

160.000 kilo

Het onderscheppen en vernietigen van drugstransporten is een andere manier waarop wordt geprobeerd drugskartels een slag toe te brengen. Dat gaat onder meer door het controleren van zeecontainers in Europese havens. Volgens onderzoekers van de Erasmus Universiteit komt er jaarlijks zo’n 160.000 kilo cocaïne aan in Europa, een kwart komt binnen via de Rotterdamse haven.

Het systeem achter de controle van zeecontainers is het terrein van Bob Van den Berghe. De Belg is technisch directeur van het Container Control Program, onderdeel van het VN-bureau voor drugs en criminaliteit dat ook het jaarlijkse World Drug Report uitgeeft.

“Er zijn jaarlijks 450 miljoen containerbewegingen. Minder dan 2 procent van deze vrachtcontainers worden gecontroleerd. Heel weinig dus”, zegt Van den Berghe. “Het doel van ons programma is om de risico-containers te identificeren en deze bij voorkeur in de bronlanden tegen te houden.”

Dat het programma effectief is, meet hij onder andere aan de hand van het aantal onderschepte tonnen cocaïne: “Dit jaar zitten we voor Rotterdam al op 10 ton en voor Antwerpen op 15 ton. Best een goede vangst.”

Vraag en aanbod blijft bestaan

Maar Martin Jelsma, drugsexpert van denktank TNI in Amsterdam, ziet dat anders. “Als er één ding is dat ik in de afgelopen in decennia heb geleerd, dan is het dus juist niet werkt. De internationale markt van vraag en aanbod blijft gewoon bestaan, terwijl juist in die onderscheppingen de meeste moeite en financiering gaan zitten.”

“Neem Colombia; meer dan de helft van de cocaïne wordt tegenwoordig in beslag genomen. Toch blijft de straatprijs in Europa nagenoeg stabiel en neemt de zuiverheid zelfs toe. Hoe kan dat? Het antwoord is simpel: de enorm toegenomen inbeslagnames worden gecompenseerd door meer te produceren”, zegt Jelsma.

Het is misschien geen oorlog die we gaan winnen, maar we moeten de controle houden.

Bob Van den Berghe

Volgens Sanho Tree is de jarenlange War on Drugs zelfs een aanjager geweest van drugshandel. “Door het zo streng te bestrijden, drijven we de prijs op en daarmee de winsten voor de kartels alleen maar op”, zegt hij.

Maar Van Den Berghe is het daar niet mee eens. “Nee, mislukt wil ik de oorlog het niet noemen. We moeten die strijd gewoon voeren. Het is misschien geen oorlog die we gaan winnen, maar we moeten de controle houden.”

Het is wel maar de vraag of we die controle nu hebben, erkent hij. “We moeten realistisch zijn, de productie is heel hard omhoog gegaan. Maar we zijn zeker op de goede weg met het aantal onderscheppingen. Het is een duidelijk teken richting de criminelen en de maatschappij dat we het gif van de markt halen.”

Oplossingen?

Hoe nu verder met de War on Drugs? In het World Drug Report schrijft de VN dat politie en justitie een essentieel onderdeel van de oplossing zijn. Dat klinkt als verdergaan op de oude weg, maar het weerspiegelt ook de verschillende opvattingen van landen van de VN.

Sommige landen zijn voor hard optreden, zoals de Filipijnen, Rusland en China. Anderen, waaronder de VS en veel Europese landen bewegen meer naar legalisatie en regulering, zegt Tree. “Door het te legaliseren, haal je de productie uit het criminele circuit, de kartels verdienen er dan niets meer aan”, zegt hij.

Uiteindelijk zijn legalisering en regulering volgens Martin Jelsma de enige echte oplossingen voor minder geweld en minder winst voor criminele organisaties. “Cannabis is met 80 procent de meest gebruikte drug wereldwijd. Op steeds meer plaatsen wordt dat gelegaliseerd en ik verwacht dat het veel navolging zal krijgen”, zegt hij.

Dat dit werkt op kleine schaal, bewijst het heroïneverstrekkingsprogramma in Nederland, zegt Jelsma. “Het aantal diefstallen van gebruikers was chronisch in de jaren 70 en 80. Dankzij het programma, waarbij de meest problematische gebruikersgroep dagelijks op medisch voorschrift in hun behoefte worden voorzien, is die vorm van kleine criminaliteit vrijwel volledig verdwenen.”

Advertenties