Van de wet mag het, toch verbieden ruim 200 gemeenten drugsgebruik op straat

https://nos.nl/artikel/2291720-van-de-wet-mag-het-maar-ruim-200-gemeenten-verbieden-drugsgebruik-op-straat.html

Een jointje opsteken in het openbaar wordt op steeds meer plaatsen in Nederland verboden. Eén stap over de gemeentegrens kan daarbij het verschil betekenen tussen wel of geen boete.

218 van de 355 gemeenten hebben inmiddels een algeheel verbod op drugsgebruik afgekondigd voor de publieke ruimte, zoals parken, straten of openbare gebouwen. De verboden zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV), blijkt uit een inventarisatie (pdf) van de NOS.

Daarbij gaat het niet alleen om een verbod op softdrugs, zoals wiet, maar meestal ook om een verbod op harddrugs. De gemeenten met zo’n totaalverbod volgen daarmee niet de landelijke geldende Opiumwet. Die wet stelt het gebruik van soft- en harddrugs in Nederland expliciet niet strafbaar, alleen de handel en productie ervan.

Gemeenten met verbod op drugsgebruik in de publieke ruimte NOS

(Zoek via deze link naar specifieke gemeenten in de bovenstaande kaart)

Een verbod op het gebruik van drugs wordt in allerlei gemeenten ook ingezet op specifieke plekken waar veel overlast is. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Mercatorplein in Amsterdam of de boulevard van Scheveningen.

Experts zeggen dat zo’n specifiek gebiedsverbod beter is. Maar de maatregel geldt nu in 60 procent van de gemeenten voor de gehele publieke ruimte. Het gaat dan veelal om kleinere gemeenten, maar ook om grote gemeenten zoals Den Haag, Tilburg, Amersfoort en Rotterdam.

Over de handhaving lijken de gemeenten zich niet druk te maken. Aan de NOS laten ze weten het verbod te hebben ingesteld om er eventueel later iets mee te doen. “Om in te kunnen grijpen bij excessen”, zegt bijvoorbeeld de gemeente Almelo. “Het verbod is meer voor de zekerheid, het was niet strikt noodzakelijk”, zegt de gemeente Duiven. “De politie kan overal handhaven, maar doet dat niet overal”, zegt de gemeente Rotterdam.

151 boetes

Het gebrek aan handhaving blijkt ook cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat voor veel gemeenten het versturen van boetes regelt. In 2018 zijn vanwege drugsgebruik in totaal 151 boetes verstuurd, ter waarde van in totaal 31.000 euro. 91 waren er voor softdrugs, 60 voor harddrugs. Rotterdam neemt het merendeel van alle boetes voor zijn rekening: 67 zijn er opgelegd, voor een totaalbedrag van 13.000 euro. 95 euro bedraagt de boete voor softdrugsgebruik, voor harddrugsgebruik gaat het om 380 euro.

Hoewel gemeenten dus geen jacht lijken te maken op blowende jeugd, is het totaalverbod wel degelijk een probleem, vinden hoogleraren Jon Schilder en Jan Brouwer, experts op het gebied van het Nederlandse drugsbeleid. Ze stellen in gesprek met de NOS dat de gemeenten zich met het algehele verbod bewust niet aan de Nederlandse wet houden. In de Opiumwet is volgens hen met opzet het gebruik van drugs niet verboden.

“Gemeenten doorkruisen met een gebruiksverbod de landelijk geldende Opiumwet waarin het gebruik van drugs heel bewust niet strafbaar is gesteld”, zegt Brouwer, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Schilder, hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vult aan: “De vrijheid om drugs in de publieke ruimte te gebruiken die de wetgever voor ogen had, wordt nu door gemeenten expliciet om zeep geholpen.”

Boete zal standhouden

Hoewel het verbod volgens Brouwer en Schilder ingaat tegen de Opiumwet, zal het waarschijnlijk standhouden in de rechtszaal. Dit is omdat gemeenten het verbod motiveren met het argument dat zij de overlast beperken. “Of dat argument van overlast reëel is, kan worden betwist”, zegt Brouwer. “Veroorzaakt het roken van een joint in de publieke ruimte nu meer overlast dan het roken van een sigaret?”

Schilder: “Een boete zal desondanks waarschijnlijk overeind blijven als iemand er een zaak van maakt. Maar het blijft staan dat het absoluut niet wenselijk dat ‘lagere overheden’ iets strafbaar stellen wat de hogere wet nu juist niet strafbaar wilde stellen.”

Advertenties