Financieel-economische onderzoeksjournalistiek in Afrika

CONNECTING CONTINENTS

Grensverleggende journalistiek in Europa en Afrika.

door Mitchell van de Klundert

 

De waarheid vinden in Rwanda, hoe lastig kan dat zijn? In de zomer van 2015 sprak ik met Chris Huggins, hoogleraar politicologie in Toronto en voormalig medewerker van Human Rights Watch. Jarenlang deed Huggins wetenschappelijk onderzoek naar landhervormingen in het noorden van Rwanda. In het ‘Land van Duizend Heuvels’ gaat het economisch voor de wind. Dat is een wonder volgens sommigen.[1] Het noorden, waar Huggins onderzoek deed, is aandachtsgebied voor het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, gericht op verbetering van de watervoorziening, de vrede en veiligheid, versterking van de private sector en lokale overheden.

 

Dat mag allemaal positief lijken, volgens Huggins is het niet alleen maar mooi,  tienduizenden mensen in het noorden van Rwanda worden uitgebuit bij het verbouwenvan pyrethrum. Huggins: ‘De boeren zelf spreken van slavernij’.

 

Pyrethrum is een bloem die in gedroogde vorm een grondstof vormt voor bestrijdingsmiddelen. De Rwandese overheid promoot de productie, dat levert de Rwandese schatkist aardig wat inkomsten op. Het Afrikaanse land heeft de opbrengsten hard nodig want Rwanda is straatarm. In de Human Development Index van de Verenigde Naties staat het land op plaats 151 van 187. Ter vergelijking: Nederland staat op plaats 4.[2]

 

De regerende partij van Rwanda, de RPF, heeft de enige verwerkingsfabriek voor pyrethrum in handen via een investeringsfonds. In 2012 werd een publiek-private partnerschap in het leven geroepen om de productie verder te bevorderen. Daarbij werden multinationals en de Amerikaanse overheid betrokken. Het landbouwgebied kan rekenen op de speciale aandacht van Nederland. Die combinatie van factoren maakte het voor mij een interessant verhaal, dus besloot ik het verder uit te zoeken.

 

Het vinden van de waarheid bleek ingewikkeld. Bij het onderzoek (het zou mijn eerste verhaal over Afrika worden) had ik niet gerekend op een veel voorkomend probleem in Afrika: het gebrek aan vrijheid van meningsuiting of persvrijheid, gepaard met een keiharde repressie voor iedereen die uit de pas loopt. Resultaat: hoewel er in het noorden van Rwanda tenminste 30.000 boeren wonen die in verband kunnen worden gebracht met de uitbuiting, wist ik er geen een te spreken te krijgen. Of ik nu plaatselijke politici, ontwikkelingswerkers, wetenschappers, journalisten of lokale bewoners ernaar vroeg, het antwoord bleef overwegend: ‘Ben je op zoek naar boeren? Nee, die ken ik niet.’

 

Uiteindelijk kreeg ik hulp van de twee lokale journalisten en sprak ik via Skype met een bewoner van het gebied. Ik verwerkte ook rapporten van Rwandese overheid en ngo’s in het artikel, evenals een Rwandees nieuwsbericht waarin boeren hun beklag deden. Het verhaal over de uitbuiting van pyrethrum boeren in Rwanda werd in oktober 2015 gepubliceerd bij Follow The Money.[3]

 

Het doel van deze handleiding is om het Afrikaanse financieel-economische onderzoeksterrein globaal weer te geven en aanknopingspunten te geven voor verder onderzoek. Afrika is veelal een witte plek op de kaart wat betreft financieel-economische onderzoeksjournalistiek. Enkele onderwerpen zijn wel grondig onderzocht, denk bijvoorbeeld aan de olie-industrie in Nigeria door onder andere de BBC [4] en de herkomst van bloeddiamanten door TIME Magazine[5]. Maar er blijven nog veel vragen onbeantwoord, zaken die nooit zijn onderzocht en verhalen die wachten om te worden verteld. Maar waar moet je beginnen met zoeken en hoe pak je dat aan?

 

Onderzoeksjournalistiek is een vak apart, zeker in Afrika. Een team journalisten heeft er zelfs specifiek een serie (Engelstalige) handleidingen voor online gezet: de Investigative Journalism Manuals (IJM). De introductie van de serie begint met de veelzeggende zin: Investigative journalism in Africa – “Walking through a minefield at midnight” [6]

 

Deze handleiding focust op enkele grote financieel-economisch onderwerpen in Afrika. De inleiding bevat naast algemene en economische informatie over Afrika ook enkele uitdagingen die je kunt tegenkomen. De belangrijkste financieel-economisch trends in Afrika komen aan de orde en enkele grote onderwerpen die om nader onderzoek vragen worden belicht.

De economie van de regio

 

Als in dit artikel wordt gesproken over ‘Afrika’, dan wordt daarmee bedoeld: Sub-Saharisch Afrika (kortweg: SSA)[7]. De SSA regio bevind zich ten zuiden van de Sahara woestijn, landen als Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Egypte maken er geen deel van uit, die hebben een geheel andere geografische, economische, historische en culturele achtergrond. In de onderzoeksrapporten die worden aangehaald in dit artikel is de SSA regio steeds een aparte entiteit en dus niet synoniem met het gehele Afrikaanse continent.

 

Sub-Saharisch Afrika bestaat uit 49 landen die onderling vaak sterk verschillen in de cultuur, het klimaat, de taal, het (koloniale) verleden, de economische en politieke situatie en de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen. De meest opvallende gemeenschappelijke factor is de sterke bevolkingsgroei. Er leven ruim 1 miljard mensen in Afrika. Dat aantal zal naar verwachting verdubbelen naar 2 miljard in 2050 [8] en naar 4 miljard in 2100. Die bevolkingsgroei zet grote druk op de voedselvoorziening. Volgens het Britse weekblad The Economist kan dat hongersnood tot gevolg hebben: ‘If Africa is struggling to feed a billion people, it is hard to see how it could feed 4 billion in future.’[9]. Toch biedt de sterke groei ook kansen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stelt in een recent rapport dat in 2035 het aantal potentiële arbeidskrachten (tussen de 15 en 64 jaar) in Afrika groter zal zijn dan alle potentiële arbeidskrachten in de rest van de wereld tezamen. Die trend heeft volgens het IMF grote gevolgen voor de regio en de wereldeconomie.[10]

 

Het aandeel van Sub-Saharisch Afrika in de wereldeconomie is nu nog niet bijster groot. De bijdrage van Sub-Saharisch Afrika aan het bruto nationale product (bnp) van de wereld is al jarenlang niet meer dan 2 procent (zie grafiek 1.0). Toch is er ook goed nieuws, de jaarlijkse procentuele groei van het bnp per hoofd van de bevolking is hoger dan ooit (zie grafiek 1.1).

 

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) schetst in het artikel ‘Het economisch potentieel van Sub-Saharisch Afrika’[11] in vogelvlucht de recente economische ontwikkelingen van het gebied. Van groot belang is de voormalige koloniale situatie van de meeste Afrikaanse landen. De landen vormden een wingewest, bedoeld om grondstoffen aan te onttrekken. Eind 19e eeuw kwam daarin verandering: de Europese landen wilden nu ook de cultuur en de politiek van de koloniën beheersen. Dat imperialisme duurde tot de jaren 50 en 60 van de 20ste eeuw. Veel Afrikaanse landen hebben nog altijd sterke economische banden met de voormalige Europese overheersers. De verbintenis die is ontstaan tussen landen in het koloniale tijdperk strekt zich ook uit naar bijvoorbeeld India. Zowel India als veel Afrikaanse landen waren in handen van Groot-Brittannië en migratie tussen de verschillende koloniën vond voortdurend plaats. De gevolgen zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar, met name in Zuid-Afrika en Mauritius wonen honderdduizenden mensen van Indiase afkomst.[12]

 

Na de koloniale periode transformeerden veel Afrikaanse landen tot dictaturen, waarbij door zelfverrijking van de door de voormalige kolonisator gesteunde elite en wanbeleid de Afrikaanse economieën hun groeipotentieel niet volledig hebben benut. Ondanks miljarden steun hebben de grote internationale geldschieters volgens het CBS nog niet voldoende bereikt:

 

‘Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank legden de westerse politieke structuur in de vorm van stabiliteitsprogramma’s en structurele aanpassingsprogramma’s op aan de meeste Afrikaanse landen. De hervormingen hadden echter slechts zelden het gewenste effect. De staat en de economie werden in veel landen geplunderd door machthebbers voor onderhoud van de eigen familie en clan, waardoor de democratie en rechtstaat geen kans kregen om tot ontwikkeling te komen.’ [13]

 

Het CBS artikel gaat voorbij aan een tweetal redenen die de groei van Afrika (nog altijd) in de weg staan: de bemoeienis van de voormalige kolonisatoren en de invloed van het bedrijfsleven uit binnen- en buitenland. De eerste reden is onder andere beschreven door journalist en schrijver Richard Dowden in zijn boek Africa: Altered States, Ordinary Miracles. Hierin beschrijft Dowden bijvoorbeeld hoe Frankrijk zijn voormalige koloniën zowel politiek als economisch beheerst door de inzet van informanten, steun aan bevriende rebellen en zelfs de uitschakeling van oppositieleden. Volgens Dowden heeft het beleid van Frankrijk in zijn voormalige koloniën geleid tot een ‘shadow empire’.[14]

 

Het (inter-)nationale bedrijfsleven is veelal ook gebaat bij een status quo in Afrikaanse landen. Dit is uitgebreid beschreven in onder meer het boek The Looting Machine: Warlords, Oligarchs, Corporations, Smugglers, and the Theft of Africa’s Wealth[15] van de Amerikaanse journalist en schrijver Tom Burgis, in het boek Neocolonialism in West Africa[16] van Chernoh Alpha M. Bah, een journalist en activist uit Sierra Leone en in het boek Heineken in Afrika[17] van de Nederlandse journalist en schrijver Olivier van Beemen. Voor een eerste duik in Afrika’s grootste bedrijven is de rangschikking van The Africa Report een goede stap, in de meest recente ranglijst staan petroleum, chemische en telecom maatschappijen bovenaan.[18]

 

‘De nieuwe wedloop om Afrika’ (The New Scramble for Africa) noemt tv-zender Al Jazeera het in een documentaire, doelend op de groeiende interesse van buitenlandse bedrijven voor de rijkdommen van Afrika. [19] De term wedloop is terug te voeren op de (eerste) zogenaamde Scramble for Africa, waarbij de Europese landen tussen 1880 en de Eerste Wereldoorlog Afrika onder elkaar verdeelden in koloniën die zij plunderden en verdeeld achter lieten. Consultant McKinsey raadde in 2010 bedrijven aan om zo snel mogelijk hun business te richten op Afrika. ‘Afrika zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen, dit kunnen bedrijven en investeerders niet negeren’, aldus McKinsey.[20]

 

De interesse van buitenlandse bedrijven in Afrika’s grondstoffen heeft verstrekkende gevolgen gehad. Zo blijkt onder andere uit een onderzoek van de Amerikaanse denktank Center for Economic and Policy Research (CEPR). Bij het CEPR zijn bekende en invloedrijke economen als Ha-Joon Chang en Nobelprijswinnaars Joseph Stiglitz en Robert Solow betrokken. Het CEPR stelt dat de toename van de buitenlandse vraag naar mineralen in Afrika een stijging van het aantal geweldsincidenten tot gevolg heeft.[21] Aan die grote vraag is volgens The Economist nu een einde gekomen door een lagere groei in China (er zijn simpelweg minder grondstoffen nodig). Die situatie betekent voor Afrika weinig goeds, The Economist tempert daarom het overheersende optimisme over Afrika. Afrika zal de huidige grondstoffen (‘commodities’) crisis moeilijk kunnen bolwerken zonder verbetering van de eigen industrie. Het artikel eindigt dreigend voor Afrikaanse landen: ‘Without determined action, they risk another lost decade as the commodity bust deepens.’ [22]

 

Uitdagingen voor journalisten

 

Onderzoek naar financieel-economische onderwerpen in Afrika gaat gepaard met uitdagingen. Het gebrek aan betrouwbare data is er daar één van. Het is lastig, soms zelfs onmogelijk, om financiële gegevens van landen, bedrijven of personen te bemachtigen. Een handige database met cijfers zoals het Nederlandse CBS is meestal afwezig of onbetrouwbaar. Krijg je de benodigde gegevens uiteindelijk toch in bezit, dan kan verificatie lastig zijn.

 

Hoe onbetrouwbaar zelfs de officiële gegevens van landen kunnen zijn wordt uitgelegd door Shanta Devarajan, hoofdeconoom bij de Wereldbank.[23] Hij neemt als voorbeeld het bruto nationaal product (bnp) van Ghana. Voor het meten van economische groei wordt meestal gebruik gemaakt van het bnp als indicator. Er zijn verschillende manieren om het bnp te berekenen, waarbij de meeste landen het systeem van de Verenigde Naties (VN) volgen. Maar in Afrika is dit lang niet altijd het geval. Bij publicatie van Devarajan’s blogbericht volgden slechts 35 van de 49 Afrikaanse landen het VN-systeem. In 2010 besloot Ghana over te gaan op het VN-systeem, die stap had grote gevolgen. Ghana was door de nieuwe rekenmethode in één klap geen ontwikkelingsland meer omdat het bnp  volgens de VN methode maar liefst 62 procent hoger uitkwam dan voorheen. Goed voor Ghana schrijft Devarajan, maar tot 2010 berekenden we Ghana’s economische groei dus veel te laag.

 

Devarajan geeft nog een voorbeeld van onbetrouwbare data: door alle verschillende rekenmethodes in Afrika was het in 2005 maar voor 11 (van 49) landen mogelijk om internationaal vergelijkbare data te vinden, voor de rest waren alleen oudere cijfers beschikbaar en moest er dus worden geschat. Devarajan vat de problemen bondig samen: er is in de Afrikaanse landen niet genoeg capaciteit aanwezig om de juiste cijfers te bemachtigen, te beheren en te verspreiden. Er is niet genoeg geld beschikbaar om goede statistieken bij te houden, de verantwoordelijkheden zijn niet duidelijk en is er op grote schaal sprake van fragmentatie. Los van de technische, organisatorische en financiële problemen is er nog een belangrijk probleem: statistieken zijn altijd politiek gekleurd.[24]

 

Een voorbeeld van zo’n politieke lading geeft historicus Moren Jerven, schrijver van het boek Poor Numbers. How We Are Misled by African Development Statistics and What to Do about It.[25] Jerven geeft aan hoe de Afrikaanse Ontwikkelingsbank claimt dat Afrikaanse cijfers net zo betrouwbaar zijn als de data van andere ontwikkelingsgebieden. Betrouwbare data zijn belangrijk, want op grond van die informatie worden investeringen en hulpgelden beschikbaar gesteld. Je moet dus iets geloofwaardigs presenteren, ook al kloppen de cijfers mogelijk niet. Jerven: ‘Ik begrijp volledig dat de bank zegt dat de gegevens betrouwbaar zijn, ze zijn immers bang dat buitenlandse investeerders worden afgeschrikt.’[26]
Andere uitdagingen voor financieel-economisch onderzoek in Afrika zijn de afstand (bezien vanuit Europa) en de taal. Een vrij eenvoudige oplossing hiervoor is het inschakelen van journalisten ter plaatse. Opnieuw brengt dit een aantal mogelijke problemen met zich mee, bijvoorbeeld het gebrek aan financiële middelen om de journalisten te betalen. Dit kan een goed onderzoek in de weg staan omdat de lokale journalisten hun (reis)kosten dan uit eigen zak moeten betalen. Gebrek aan inkomsten kan Afrikaanse journalisten ook gevoeliger maken voor partijdigheid. Dat is essentieel om rekening mee te houden bij het beoordelen van de verkregen informatie. De controle op informatie uit tweede hand is door de afstand lastig. Het helpt als de journalist al werkte voor meerdere opdrachtgevers (met een goede reputatie) en er verifieerbare zaken worden verteld. Wat ook tot problemen kan leiden, is een mogelijk verschil in beroepsopvatting tussen Europese en Afrikaanse onderzoeksjournalisten. Veel Afrikaanse journalisten voelen zich mede verantwoordelijk voor de opbouw van hun land en worstelen daarom met de publicatie van onaangename waarheden.

 

Gebrek aan financiën is misschien nog wel een van de kleinste problemen als überhaupt het stellen van vragen al gevaarlijk is. In veel Afrikaanse landen is het slecht gesteld met vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. In het jaarlijkse rapport van de Amerikaanse ngo Freedom House werd er in 2015 slechts één Afrikaans land (Ghana) aangemerkt als ‘vrij’. Alle andere landen kregen het predicaat ‘gedeeltelijk vrij’ of ‘niet vrij’.[27]

 

Hoe de hiervoor genoemde uitdagingen een onderzoek kunnen frustreren werd duidelijk bij het hiervoor genoemde onderzoek naar de pyrethrum productie in Rwanda. Rwanda staat aangemerkt als ‘niet vrij’ voor journalisten. Hoewel verschillende bronnen stellen dat duizenden boeren het gewas gedwongen verbouwen, wist in Rwanda vrijwel niemand ook maar iets af  van de nadelige gevolgen van het succesverhaal.[28] NGO’s, journalisten, lokale overheden, expats en burgers hulden zich in stilzwijgen. Anoniem wilde een lokale bewoner wel praten via Skype.[29] Volgens Human Rights Watch is al die angst niet zo gek: ‘Er zijn [in Rwanda] ernstige beperkingen op fundamentele politieke rechten zoals de vrijheid van meningsuiting en afwijkende meningen worden niet getolereerd. In deze restrictieve omgeving arresteren de autoriteiten mensen op willekeurige basis en houden ze hen onrechtmatig gevangen.’ [30]

 

De invloed van de Rwandese overheid stopt niet bij de eigen landsgrenzen. Dit bleek tijdens de Rwanda Dag 2015 in Amsterdam. De Nederlandse onderzoeksjournalist Anneke Verbraeken werd daar bij het filmen van aanhangers van de Rwandese president Kagame aangevallen door Rwandese ordediensten. Verbraekens mobiele telefoon werd in beslag genomen, de journaliste vreest nu voor de veiligheid van de Rwandese bronnen waarvan gegevens waren opgeslagen in haar telefoon. Ze deed haar beklag bij de Nederlandse minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken.[31]

 

Trends

 

Wat zijn de belangrijkste trends in Afrika? Waar en hoe gaat het leven in Afrika snel en ingrijpend veranderen? Welke weerslag gaat dat hebben op het continent zelf en de wereld? Kortom: op welke gebieden kun je focussen bij een financieel-economisch onderzoek?

 

Consultancyfirma PWC onderscheidt vijf grote trends. Allereerst de toename van de bevolking die leidt tot een grotere druk op voorzieningen zoals voedsel, schoon (drink)water, scholing en gezondheidszorg. Tegelijkertijd zorgt de beschikbaarheid van veel jonge, relatief goedkope werknemers tot groeikansen voor bedrijven en de Afrikaanse economieën. Een tweede trend is de groei van de middenklasse die meer gaat consumeren als het inkomen toeneemt. Die stijging van de welvaart biedt kansen voor het bedrijfsleven. De derde trend is de toename van technologische toepassingen. Nergens ter wereld groeit mobiele telefonie zo snel als in Afrika, momenteel zijn er al 900 miljoen telefoons. Enkele grote netwerkproviders domineren het continent.[32] De groei gaat in sommige landen bijzonder hard, zo had in 2002 slechts 8 procent van de Ghanezen een mobiele telefoon, in 2014 was dit 83 procent.[33] De telecom business droeg in 2014 maar liefst 93 miljard euro bij aan de economie van Afrika.[34]

 

De vierde trend die PWC aangeeft is de urbanisering. Meer en meer Afrikanen trekken naar steden, de verwachting is dat Afrika in 2025 twaalf megasteden (inwoneraantal: 10 miljoen of meer) zal tellen . Momenteel zijn het er nog twee: Lagos in Nigeria en Kinshasa in de Democratische Republiek Congo (Caïro in Egypte is ook een megastad op het Afrikaanse continent maar wordt niet gerekend tot Sub-Saharisch Afrika). De concentratie van mensen in steden is interessant voor bedrijven. Bewoners zijn er makkelijker te bereiken als werknemer of consument.[35] Een andere reden voor de interesse van bedrijven voor grote steden is de noodzaak van verbetering van de infrastructuur. Er staan veel miljardenprojecten op de agenda, zoals een communicatiekabel die 25 landen met elkaar moet gaan verbinden, duizenden kilometers aan treinrails in Nigeria en Ethiopië en een groot ziekenhuis in Zuid-Afrika.[36]  Verbetering van infrastructuur is ook nodig een betere toegang te krijgen tot de natuurlijke rijkdommen van Afrika, zoals gas, goud en platinum.[37] Die grondstoffen zijn overigens niet onuitputtelijk, alhoewel niet vermeld door PWC kan die eindigheid van grondstoffen een bron voor conflicten vormen.

Vooral China investeert veel in Afrika om de eigen honger naar grondstoffen te stillen.  Er is nog een reden voor China om het transport in Afrika op orde te krijgen: steeds meer Chinese bedrijven laten producten maken in Afrika. Zakenkrant Financial Times schrijft daarover: ‘It’s already a big deal, and potentially it’s a very big deal.’ [38]

 

Een vijfde trend waar PWC op wijst, is een gevolg van klimaatverandering. PWC verwacht verder dat klimaatverandering binnen 60 jaar een derde van het Afrikaanse landbouwareaal onbruikbaar maakt. Dat biedt een belangrijke invalshoek voor verder journalistiek en wetenschappelijk onderzoek. Als een derde van de Afrikaanse landbouwgrond onbruikbaar is geworden, hoe moet de inwoners zich dan voeden? Welke partijen spelen er op in?

 

De door PWC geconstateerde trends kunnen ook afgeleide onderwerpen opleveren, zoals de Nederlandse focus bij ontwikkelingssamenwerking op de verbetering van landbouwtechnieken. Ligt de oplossing voor het naderende voedselprobleem in een genetisch gemanipuleerd gewas dat toe kan met weinig voedingsmiddelen en een hogere opbrengst per hectare oplevert? En wie profiteren daar het meest van? Liggen daar misschien lucratieve mogelijkheden voor de export van de Nederlandse kennis over efficiënte landbouw? PWC doet geen uitspraken over de gevolgen van een krimpend landbouwareaal, maar die kunnen vanzelfsprekend groot zijn: zonder veranderingen in het gebruik van landbouwgrond kan klimaatverandering leiden tot volksverhuizingen, hongersnood en burgeroorlogen. De andere trends kunnen ook ieder op zichzelf de basis vormen voor een journalistiek onderzoek.

 

Weer andere invalshoeken worden aangedragen door Evelyn Groenink,  eindredacteur voor het op Afrika georiënteerde ZAM Magazine. Groenink schreef mee aan de Investigative Journalism Manuals, bedoeld om onderzoeksjournalisten in Afrika te begeleiden. Zij wijst op een aantal belangrijke nieuwe ontwikkelingen: ‘Veranderingen in de samenleving die leiden tot (ontdekking van) nieuwe onderzoeksgebieden zijn er natuurlijk vele. De War on Terror in Oost en West Afrika om maar iets te noemen. En Fair Trade -onderzoek wees uit dat deze “trend” de cacaoboeren in West Afrika niet alleen niet helpt, maar de situatie juist erger maakt door partnerships met grootgrondbezitters die dan “democratisch” gekozen worden tot leider van de Fair Trade coöperatie.’

 

Er zijn volgens Groenink flinke stappen gezet in de onderzoeksjournalistiek door Afrikanen over Afrika: ‘In toenemende mate (worden) donorprojecten en ngo’sonderzocht, wat vroeger moeilijk ging omdat er nauwelijks onafhankelijke onderzoeksjournalistiek was: mediamensen werden of betaald door de regering, ofwel door een oppositiepartij, ofwel door een ngo/donor. (Dat is in veel gebieden overigens nog steeds zo. Maar het wordt gelukkig minder door organisaties als FAIRn[39] en het AIPCn[40], die fel staan voor eigen onafhankelijkheid.) Ook regeringscorruptie wordt steeds systematischer onderzocht.’

 

Ontwikkelingshulp en publiek-private partnerschappen

 

Misschien wel de meest in het oog springende financieel-economische onderzoek in Afrika betreft de besteding van ontwikkelingsgeld. In Sub-Saharisch Afrika werd in 2013 42 miljard euro aan ontwikkelingsgeld gepompt. De bestedingen stijgen, al is die stijging de laatste jaren wat afgevlakt, dit blijkt uit cijfers (zie grafiek 2.0) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO, in het Engels: OECD). Van de totale stroom aan ontwikkelingsgeld slokt Sub-Saharisch Afrika 24 procent op. [41] Waar blijft al dat geld precies? Met name Oost-Afrika kreeg veel geld (zie grafiek 2.1). Voor sommige Afrikaanse landen zijn de ontwikkelingsgelden onontbeerlijk, zoals voor Malawi. Het straatarme land ontving in 2013 een bedrag aan ontwikkelingsgeld ter hoogte van 30 procent van het eigen bruto nationaal inkomen (zie grafiek 2.2).

 

Thomas Dichter, voormalig consultant voor de Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie USAID, ging op zoek naar een antwoord op de vraag waar de miljarden aan ontwikkelingsgeld blijven. Dichter deed tussen 2011 en 2013 onderzoek naar de effecten van ontwikkelingshulp en sprak daarvoor met honderden ontvangers van hulp en vele Afrikaanse organisaties. In de documentaire ‘The Road Forward’ kijkt Dichter terug op zijn onderzoek van toen. [44] ‘Het idee van ontwikkelingshulp was om onszelf van de baan af te helpen, met andere woorden: om tot een punt te komen waarbij er geen hulp meer nodig is. We vergaten dat idee en ontwikkelingshulp groeide uit tot een industrie,’ zegt hij in de documentaire. Dichter ziet nu dat de houding van Afrikaanse landen begint te veranderen: ‘Er is een groeiende weerstand tegen de huidige situatie van “wij laten jou zien hoe het moet”.’ Volgens Dichter willen Afrikaanse landen zelf de ontwikkelingsagenda bepalen.[45] Afrika is in beweging gekomen, en welke krachten komen daarbij vrij? Maar vooral: wat voor aanknopingspunten biedt dit voor de journalistiek?

 

Een voorbeeld: de Afrikaanse zelfbeschikking kan gevolgen gaan hebben voor de huidige samenstelling en handelswijze van non-gouvernementele organisaties (ngo’s). Op zijn kritische blog Africa Is a Country[46] legt de Zuid-Afrikaanse onderzoeker en journalist Sean Jacobs uit waar het mis gaat: de hoofdkwartieren van ngo’s zijn meestal gevestigd in westerse landen. Slechts 26 van de 500 getoetste ngo’s hebben hun hoofdkwartier in Afrika, terwijl daar wel een derde van de activiteit plaatsheeft. Bovendien zijn de bestuurders van die ngo’s in 63 procent van de gevallen van Europese afkomst, tegenover 4 procent van Afrikaanse komaf. Dat leidt volgens de blog tot de ‘bedrieglijke aanname dat de westerse wereld het meest geschikt is om de wereld te verbeteren’.

 

Ook de media moeten rekening houden met de nieuwe ontwikkelingen in Afrika. In december 2014 verscheen daarover het boek Reframing the Message van ontwikkelingsorganisatie Wilde Ganzen en het vakblad voor ontwikkelingssamenwerking Vice Versa. De boodschap van het boek is simpel: de media moeten genuanceerder berichten over ontwikkelingssamenwerking.[47] Dus niet enkel hongerige kinderen op de foto zetten, maar ook een andere kant laten zien. Daar kan je alleen maar vóór zijn. Maar er kan toch ook een kanttekening bij worden gemaakt. Wilde Ganzen is als ontwikkelingsorganisatie gebaat bij een constante stroom donaties, dat wordt niet onder stoelen of banken gestoken. De boodschap die Wilde Ganzen dan ook graag reframed ziet worden is de notie dat ontwikkelingshulp niet zou werken, dit heeft immers directe gevolgen voor de organisatie. Wilde Ganzen zet het eerlijk op haar website:

 

‘Ondanks de bereikte resultaten kampt ontwikkelingssamenwerking met een imagoprobleem. De media schetsen vaak een eenzijdig beeld, een deel van het publiek vraagt zich af of ontwikkelingssamenwerking überhaupt wel werkt. Er is minder betrokkenheid, donaties en vrijwillige inzet lopen bij veel organisaties dan ook terug. Het publiek maakt vaak geen onderscheid tussen overheid, gesubsidieerde of particuliere initiatieven. We zitten met z’n allen in het zelfde schuitje, dus hebben we met z’n allen de taak ons te verzetten tegen de negatieve beeldvorming. Wilde Ganzen wil aan de hand van het programma Reframing the Message samen met particuliere initiatieven deze uitdaging oppakken.’[48]

 

Publiek-private samenwerking

 

Een relatief nieuwe geldstroom richting Afrika is het gevolg van publiek-private partnerschappen (ppp’s). Ze hebben met name na 1990 een vlucht genomen. Ppp’s passen sluiten perfect aan bij de heersende westerse politieke cultuur gericht op promotie van de vrije markt, deregulering en beperking van de overheidsuitgaven. Bij een ppp werken overheid en bedrijfsleven samen aan de ontwikkeling van een project. Dit in tegenstelling tot de klassieke vorm van ontwikkelingshulp, waarbij vooral de overheid met geld over de brug komt. Meestal zijn bij een ppp in ieder geval vijf actoren betrokken: een Afrikaanse overheid, een buitenlandse overheid, een Afrikaans/lokaal bedrijf, een buitenlands bedrijf en een non-gouvernementele organisatie (ngo). Bij een ppp is het de bedoeling dat zowel de lokale economie als een buitenlands bedrijf profiteren van het project. Naast ontwikkelingspartnerschappen in Afrika, worden ppp’s  wereldwijd gebruikt voor het doen van publieke aanbestedingen.

 

Het al genoemde Pyrethrum Project in Rwanda is een schoolvoorbeeld van zo’n publiek private partnerschap. Het project startte in 2009 om de productie van pyrethrum te verhogen. De partners waren het Amerikaanse overheidsprogramma USAID (United States Agency for International Development), het wetenschappelijke Borlaug Institute, multinational SC Johnson, het Rwandese staatsbedrijf Horizon Sopyrwa en de Rwandese overheid. In 2015 stopte het project zoals gepland. USAID investeerde in 2014-2015 twintig miljard dollar in 1500 publiek-private projecten wereldwijd, is te lezen in het rapport Partnering for Impact: USAID and the private sector.[49] Volgens Peter Malnak, de USAID missieleider voor Rwanda, was het Pyrethrum Project een groot succes: A public-private partnership like this one with SC Johnson is a great example of how aligning USAID’s goals with business interests can produce remarkable development outcomes.[50]

 

Maar voor wie was dit project eigenlijk een succes? Voor Rwanda? De economie? De boeren? De multinational? De ontwikkelingsorganisatie? Voor iedereen of voor niemand?  De betrokken partijen lieten in Rwanda na om aan te tonen hoe de vele boeren die betrokken waren bij de productie profiteerden.

 

Een land als Rwanda (en dat geldt ook voor veel andere Afrikaanse landen) uit de armoede halen is natuurlijk niet simpel. Enkel ontwikkelingshulp sturen zal in ieder geval niet helpen, want ‘Aid won’t make poverty history,’ schrijft de voormalig Amerikaanse Wereldbank econoom William Easterly in zijn veel geprezen boek over ontwikkelingshulp The White Man’s Burden uit 2006.[51] Zo was die hulp ook nooit bedoeld, vertelt de Nederlandse journalist en Afrika-kenner Marc Broere op zijn beurt in zijn boek Berichten over armoede uit 2009. Broere: ‘Handel was het hoofdgerecht, hulp slechts een bijgerecht’.[52]  Verschillende ontwikkelingslanden spreken intussen liever van ‘handel, geen hulp’ (‘trade, not aid’) om buitenlandse investeerders aan te trekken. William Easterly, intussen hoogleraar economie in New York, vindt dat een goed idee. Hij zegt daarover in zijn boek The White Man’s Burden: ‘Aid could better utilize one group of agents who do have an incentive to find things that please the customers: private firms.’ [53]

 

De Nederlandse minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is het daar mee eens, ppp’s kunnen misschien ook een oplossing bieden voor de huidige vluchtelingencrisis, schrijft zij in mei 2015: ‘Wie zijn leven riskeert om naar Europa te komen, is niet alleen wanhopig; die heeft ook lef en ambitie. We moeten nu zorgen dat zo iemand zijn lef en ambitie inzet om een bestaan op te bouwen in eigen land’. Nederland wil die ambitieuze mensen graag helpen en enkel ontwikkelingshulp sturen voldoet niet. ‘Daarom moet hulp bij handel en handel bij hulp,’ aldus Ploumen.[54]

 

Voor onderzoeksjournalisten journalist kan het een goed idee zijn om de publiek private partnerschappen eens nader te bestuderen. Dus niet enkel te focussen op de geld stroom van westerse landen richting ontwikkelingslanden, maar een onderzoek naar de geldstromen van overheid en bedrijfsleven. Hoe komen die stromen samen? Wie heeft er een belang bij? En wie worden er misschien wel de dupe van?

 

Handel en investeringen

 

In september 2015 kwamen op het kantoor van de Verenigde Naties in het Zwitserse Geneve de afgevaardigden van vrijwel alle landen bijeen voor de 62th Trade and Development board.[55] Dagenlang werd er gesproken over allerlei facetten van internationale handel. Een woensdagmiddag ging het over de hervormingen van het investeringsregime. Uit de daar uitgesproken standpunten[56] van de aanwezige Afrikaanse landen bleken twee opvallende zaken:

  1. Voor Afrikaanse landen heeft het aantrekken van directe buitenlandse investeringen (beter bekend onder de Engelse benaming: foreign direct investments of FDI) topprioriteit.
  2. Afrikaanse (en andere niet-westerse) landen zijn op grote schaal bezig om de huidige handels- en investeringsverdragen te herzien.

 

Waarom zijn de bovenstaande twee statements zo bijzonder? En welke aanknopingspunten voor journalistiek onderzoek geven ze?

 

Directe buitenlandse investeringen (FDI) zijn investeringen van buitenlandse bedrijven in Afrika. Het doel ervan is om goedkoop te produceren of de plaatselijke afzetmarkt te bedienen. Denk hierbij aan de overname of bouw van fabrieken, kantoren en infrastructuur.

 

Het VN orgaan voor internationale handel, de United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD), publiceert jaarlijks een voortgangsrapport.[57] Overal ter wereld liep FDI in 2014 terug, behalve naar de Aziatische ontwikkelingslanden en Afrika. In 2014 werd er voor bijna 50 miljard euro in Afrika geïnvesteerd. In het rapport staat dat de waarde van alle FDI in Afrika voor 56 procent zit in financiële instituties zoals banken. Dit vertegenwoordigt een waarde van 83 miljard euro. Op de tweede plek staat de almaar stijgende transport, opslag en communicatiesector. Hierbij inbegrepen zit ook telecom. De sector is nu goed voor 21 procent van de totale waarde aan FDI. UNCTAD verwacht hier in de toekomst de meeste stijging (zie figuur 3.0).

 

UNCTAD legt in het rapport de nadruk op de ontwikkeling van de Afrikaanse dienstensector. Die sector groeit wereldwijd en Afrika moet bij die groei betrokken worden vindt UNCTAD. Een andere reden voor de uitbouw van de dienstensector is de samenhang met duurzame ontwikkelingsdoelen, hierbij moet gedacht worden aan infrastructuur en publieke diensten.

 

Een ander opvallend getal in het rapport is de enorme groei in fusies en overnames (een vorm van FDI). In 2013 hadden deze nog een waarde van 119 miljoen euro, maar een spectaculaire groei in 2014 leidde tot 2,2 miljard euro aan fusies en overnames. Afrika consolideert, waarbij bedrijven worden samengevoegd of overgenomen. Bij bijna de helft van de 2,2 miljard ging het om fusies en overnames binnen het Afrikaanse continent. De verantwoordelijke bedrijven zijn met name afkomstig uit Nigeria en Zuid-Afrika.

 

Veruit het meeste geld voor fusies en overnames en voor investeringen komt nog altijd van buiten Afrika. Het CBS stelt vast: ‘Het aandeel van Sub-Saharisch Afrika in de wereldhandel is slechts 2 procent.’ En: ‘De handel tussen de Sub-Saharische-landen beslaat slechts 9 procent van het totaal.’[59] Volgens consultancyfirma KPMG moet de handel tussen Afrikaanse landen dan ook snel gaan toenemen, hier liggen de voornaamste groeikansen. Dat valt te lezen in een lijstje wensen van KPMG, gepubliceerd op de website van de jaarlijkse vergadering van belangrijke CEO’s en regeringsleiders: het World Economic Forum.

 

KPMG adviseert ontwikkelingslanden: ‘De beste manier om armoede te verminderen is door continue economische ontwikkeling.’ Volgens het consultancybedrijf kan Afrika zeker zijn van een constante stroom aan buitenlandse investeringen. Hier weinig nieuws onder de zon. De echte mogelijkheden liggen volgens KPMG binnen de landsgrenzen: ‘Binnenlandse investeringen voeden de nationale economieën en toenemende inter-Afrikaanse handel maakt Afrika competitief op wereldschaal.’[60] Want, zo redeneert KPMG, meer handel vergroot de economische ontwikkeling van een land en dat vermindert vervolgens de armoede. Zowel armoedebestrijding als economische ontwikkeling vragen om een stabiele en verantwoordelijke overheid die het aandurft om zaken te veranderen, aldus KPMG.

 

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) onderschrijft die conclusie. Bij het WTO Public Forum 2015 zei de Directeur-Generaal van de WTO Roberto Azevêdo: ‘Trade is increasingly seen by many, and quite rightly, as a powerful tool for development.’[61]

 

Maar is het echt zo gemakkelijk? Een verantwoordelijke Afrikaanse overheid die door stabiliteit handel en FDI aantrekt, daarmee economische groei bewerkstelligt en de armoede vermindert? Je zou het niet verwachten, maar juist handel en buitenlandse investeerders kunnen de Afrikaanse landen tot grote last zijn. De reden: handels- en investeringsverdragen die massaal werden afgesloten in de afgelopen jaren met westerse landen. De verdragen hadden als doel het handelen en investeren te vergemakkelijken. Het kan dan gaan om de verlaging van import- en exporttarieven en het gelijktrekken van allerlei regelgeving. Maar voor veel Afrikaanse landen was het ondertekenen van zulke verdragen, naar eigen zeggen, een formaliteit tijdens een fotomoment.[62] De juridische gevolgen van het contract werden niet altijd goed overzien,  dat bleek later vervelende gevolgen te kunnen hebben. Bij de 62th Trade and Development board bleek dan ook dat Afrikaanse overheden de afgesloten handels- en investeringsverdragen graag grondig willen herzien.

 

Een van de redenen voor die gewenste herziening is de Investor-State Dispute Settlement (ISDS) clausule in de meeste handels- en investeringsverdragen. Die clausule maakt het voor bedrijven mogelijk om de schade voor misgelopen investeringen te claimen bij overheden. Een groot gevaar van ISDS zaken is volgens critici de dreigende werking die ervan uitgaat. Een documentaire van het televisieprogramma ‘Tegenlicht’ toonde aan dat landen zich wel twee keer bedenken voor ze wetgeving invoeren die kan leiden tot een kostbare ISDS-zaak.[63] Grote bedrijven houden landen op die manier in een houtgreep. In dezelfde uitzending wordt dat overigens ontkend door investeringsadvocaten, ook wel arbiters genoemd. Het is een probleem dat vraagt om nader onderzoek.

 

In 2013 was 14 procent van de wereldwijd gevoerde ISDS-zaken gericht tegen een Afrikaans land.[64] Alhoewel weinig van die zaken publieke belangstelling trekken, en informatie erover lastig te vinden is, is eind 2015 een Nederlandse website online gekomen waar vrijwel alle zaken en uitgekeerde bedragen zijn in te zien.[65] De gevoerde zaken in Afrika betreffen meestal de energie sector (olie, gas, elektriciteit), schrijft Uche Ewelukwa Ofodile, professor internationale rechtspraak aan de University of Arkansas. ISDS zaken worden vaak beslecht in achterkamers, een tribunaal van uiterst gespecialiseerde advocaten hakt daar de knoop door. De verliezer betaalt miljoenen (tenminste 8 miljoen euro in de meeste gevallen). Volgens professor Ewelukwa Ofodile zijn Afrikaanse advocaten zelden betrokken bij dergelijke zaken. Slechts 2 procent van de geregistreerde arbiters zijn van Afrikaanse komaf.[66]

 

Ewelukwa Ofodile wijst erop dat veel handelsverdragen (met ISDS) niet in voordeel van Afrikaanse landen zijn. Dit ligt voor een groot deel aan de landen zelf, ze weten geen goede balans te vinden tussen de voordelen voor investeerders en de opbrengst voor het eigen land. De hoogleraar neemt Nigeria als voorbeeld: ‘Many of the country’s BITs [bilateral investment treaties, oftwel: investeringsverdragen] are not publicly available, stakeholders are rarely involved in the country’s BIT negotiations, and there are noticeable gaps and inconsistencies in content and coverage of existing BITs suggesting a country unable to manage a multifaceted, overlapping and complex web of rules.’ [67]

 

Verschillende landen, met Zuid-Afrika voorop, zijn bezig de huidige handelsverdragen op te zeggen. Ze willen daarvoor in de plaats een nieuw, eerlijker, type handels- en investeringsverdrag. Hoe zo’n verdrag eruit moet komen te zien is nog onduidelijk. Welke gevolgen, bijvoorbeeld voor de FDI, ze gaan hebben is ook onduidelijk. Interessant in dit opzicht is dat Afrika ook op dit vlak de toekomst in eigen hand lijkt te nemen.

 

Financiële mogelijkheden

 

Financiële publicaties over Afrika gaat al snel over groeikansen voor het bedrijfsleven, maar andere invalshoeken zijn gelukkig ook nog mogelijk. Een mogelijkheid staat beschreven in het Wereldbank-rapport Making Finance Work for Afrika uit 2007. In het rapport wordt financialisering gepromoot: ‘Landen met diepgewortelde financiële systemen hebben een lagere kans op armoede dan andere landen met een vergelijkbaar nationaal inkomen.’[68] Goede onderzoeksvragen kunnen zijn: Wie moeten die instituties opzetten? Westerse of lokale banken? En waarom zouden ze dat doen? Is het wel een verstandig idee om financiële instituties diep te nestelen in opkomende economieën die nauwelijks ervaring hebben met toezicht op de financiële sector? Worden op die manier misschien ook financiële bubbels geëxporteerd?

Belastingontwijking

 

Een totaal andere invalshoek is misschien wel een van de meest aansprekende onderwerpen voor de financiële journalist: het onderzoeken van belastingontwijking. Want wat is er laakbaarder dan multinationals die toch al bulken van het geld en dan ook nog eens armlastige landen beroven van hun broodnodige belastingcenten?

 

Een samenwerking van verschillende Europese en Afrikaanse ngo’s, waaronder de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), heeft becijfert om hoeveel geld het gaat: 147 miljard euro per jaar voor alle ontwikkelingslanden samen. Dat is meer dan die landen ontvangen aan ontwikkelingshulp.[69] Maar let wel: de belastingontwijking geschiedt vaak met toestemming van het benadeelde land.

 

Hoe komen zulke belastingafspraken tot stand? In de meeste gevallen wordt er consensus bereikt tussen een overheid en een multinational, met een lagere belasting of zelfs een zogenaamde tax holiday tot gevolg. Het doel is altijd om een bedrijf te bewegen zich te vestigen in het desbetreffende Afrikaanse land. Een probleem bij de belastingafspraken is volgens de ngo’s het gebrek aan aansprakelijkheid van met name mijnbouw en oliebedrijven. De schade die door hen wordt aangericht, een voorbeeld hiervan is het weglekken van Shell’s olie in Nigeria, wordt veelal niet of nauwelijks gecompenseerd door het bedrijf zelf, waardoor de staat moet opdraaien voor de kosten. En dan is er ook nog vaak geen of weinig belasting betaald,

 

Een andere probleem is geheimhouding bij ‘tax deals’, een praktijk die niet beperkt blijft tot Afrika. Ook in Nederland zijn er onder andere geheime afspraken tussen de Belastingdienst en Starbucks over het betalen van belasting (recent door de Europese Commissie aangemerkt als verboden staatssteun).. Een vervolg geven aan onderzoek naar belastingontwijking in Afrika kan worden gedaan met behulp van een handleiding die hier speciaal voor is ontworpen door de eerdere genoemde Europese en Afrikaanse ngo’s.[70]

 

Telecom en banken

 

Hoewel het aantal Afrikanen met een normale bankrekening tussen 2011 en 2014 steeg met 10 procent (van 24 procent naar 34 procent), hebben 350 miljoen mensen in Afrika nog altijd geen bankrekening.[71] Vrijwel iedereen is het erover eens: daar moet verandering in komen. Een slimme oplossing zijn mobiele bankrekeningen. Daarbij bestaat de rekening enkel op de mobiel van de eigenaar. Het is maar de vraag of dit als opstapje dient naar een bankrekening zoals wij die kennen, mogelijk is juist de mobiele bankrekening de toekomst. Dat zou betekenen dat Afrika voorop loopt in die ontwikkeling.

 

Hoe gaat het mobiele bankieren, africa-style in z’n werk? 83 procent van de Afrikanen heeft een mobiele telefoon, 30 procent van hen gebruikt een mobiele bankrekening.[72] Het meest gebruikte systeem is momenteel M-Pesa, bedacht door telecom maatschappij Vodafone. Volgens analisten waren mobiele bankrekeningen in 2014 goed voor 600 miljoen euro aan inkomsten. De verwachting is dat dit bedrag in 2019 zal stijgen tot 1,2 miljard euro.[73] Aan mobiele bankrekeningen wordt verdiend door een klein bedrag per transactie te vragen. Geld overmaken gaat via sms, geld opnemen kan bij speciale kantoren. De mobiele bankrekeningen zijn niet gekoppeld aan een normale bankrekening en lopen niet bij een reguliere bank, maar bij telecommaatschappijen. Een interessante ontwikkeling is de concurrentie die begint te ontstaan tussen telecommaatschappijen en banken. De eerste stapt in de wereld van de mobiele bankrekeningen, terwijl de tweede partnerschappen aangaat met telco’s.[74]

 

Conclusie

 

Financieel-economische georiënteerde onderzoeksjournalistiek in Afrika staat voor een groot gedeelte nog in de kinderschoenen. Bovenstaand artikel heeft een aantal thema’s uitgelicht met aanknopingspunten voor nieuw onderzoek. Een opvallende noot is de wil van Afrikaanse landen om de eigen agenda te bepalen. Dit is terug te zien bij de besteding van ontwikkelingsgeld en in het herzien van handels- en investeringsverdragen.

 

Het bepalen van de eigen agenda kan ook van toepassing zijn op Afrikaanse journalisten. Is het nodig om als westerse journalisten altijd maar de pijnpunten in Afrika te bespreken, al dan niet goedbedoeld? Kunnen Afrikaanse journalisten dit niet prima zelf af? Hoe dan ook, als westerse journalist is het onontbeerlijk om bij een diepgravend onderzoek in Afrika hulp te krijgen van en samen te werken met deskundige lokale journalisten.

 

Ten slotte een laatste tip van John Ryle. Deze schrijver, antropoloog en Afrikadeskundige betoogt in 2008 in de Britse krant The Guardian dat Afrika veel te groot en vooral te complex is om constant als één entiteit te worden beschreven. Hoe dan te schrijven over Afrika? Doe het simpelweg ‘niet’, aldus Ryle. Ga je toch de gok wagen neem dan in ieder geval het onderstaande citaat van Ryle mee:

 

[W]riting about Africa is full of pitfalls – patronising generalisations, resounding clichés, imprecision and untruths. As the Kenyan writer Binyavanga Wainaina puts it in his satirical essay “How To Write About Africa”, published in Granta a couple of years ago: “Always use the word ‘Africa’ or ‘Darkness’ or ‘Safari’ in your title. Subtitles may include the words ‘Zanzibar’, ‘Masai’, ‘Zulu’, ‘Zambezi’, ‘Congo’, ‘Nile’, ‘Big’, ‘Sky’, ‘Shadow’, ‘Drum’, ‘Sun’ or ‘Bygone’. Also useful are words such as ‘Guerrillas’, ‘Timeless’, ‘Primordial’ and ‘Tribal’ … Mention near the beginning how much you love Africa, how you fell in love with the place and can’t live without her. Whichever angle you take, be sure to leave the strong impression that without your intervention and your important book [or article], Africa is doomed.”’[75]

 

[1]                http://www.ft.com/intl/cms/s/0/3cdd59b0-ded5-11e4-b9ec-00144feab7de.html#axzz3r6LGmoGa

[2]                http://hdr.undp.org/en/content/table-1-human-development-index-and-its-components

[3]                http://www.ftm.nl/exclusive/gifbloemen-rwanda-bron-uitbuiting-of-redding-land/

[4]                http://www.bbc.com/news/world-africa-34580862

[5]                http://time.com/blood-diamonds/

[6]                http://sand-kas-ten.org/ijm/Introduction.pdf

[7]                https://nl.wikipedia.org/wiki/Sub-Saharisch_Afrika

[8]                http://populationpyramid.net/nl/sub-saharisch-afrika/2015/

[9]                http://www.economist.com/news/middle-east-and-africa/21613349-end-century-almost-half-worlds-children-may-be-african-can-it

[10]               https://www.imf.org/external/pubs/ft/reo/2015/afr/eng/pdf/sreo0415.pdf

[11]               http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/EDD9D828-97F5-411B-BB03-6745F6E7DEC1/0/2008p19p221art.pdf

[12]               Zie voor meer informatie: http://dare.uva.nl/cgi/arno/show.cgi?fid=94691

en http://indiandiaspora.nic.in/pressrelease.htm

[13]               http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/EDD9D828-97F5-411B-BB03-6745F6E7DEC1/0/2008p19p221art.pdf

[14]               http://astore.amazon.co.uk/royaafrisoci-21/detail/184627155X

[15]               http://www.harpercollins.co.uk/9780007523085/the-looting-machine

[16]               https://books.google.nl/books?id=7SYQAwAAQBAJ&vq=multinationals+status+quo+africa&dq=multinationals+status+quo+africa&hl=nl&source=gbs_navlinks_s

[17]               http://heinekeninafrika.nl/

[18]               http://www.theafricareport.com/top-500-companies-in-africa-2013.html

[19]               http://www.aljazeera.com/programmes/empire/newscrambleforafrica/2014/07/new-scramble-africa-2014723203324932466.html

[20]               http://www.mckinsey.com/insights/economic_studies/whats_driving_africas_growth

[21]               http://cepr.org/active/publications/discussion_papers/dp.php?dpno=10089

[22]               http://www.economist.com/news/middle-east-and-africa/21677633-there-long-road-ahead-africa-emulate-east-asia-more-marathon

[23]               http://blogs.worldbank.org/africacan/africa-s-statistical-tragedy

[24]               http://blogs.worldbank.org/africacan/africa-s-statistical-tragedy

[25]               http://mortenjerven.com/poornumbers/

[26]               http://mortenjerven.com/situational-analysis-of-the-reliability-of-economic-statistics-in-africa-special-focus-on-gdp-measurement/

[27]               https://freedomhouse.org/report/freedom-press/freedom-press-2015#.VjCzRITh4mo

[28]               Dit blijkt onder meer uit een rapport van ontwikkelingsorganisatie CARE: http://www.ftm.nl/wp-content/uploads/2015/10/FINAL-Enterprise-Network-Mapping-Study-Report-Jan-2009.compressed.pdf en de Rwandese krant The New Times: http://www.newtimes.co.rw/section/article/2013-08-06/68093/

[29]               http://www.ftm.nl/exclusive/gifbloemen-rwanda-bron-uitbuiting-of-redding-land/

[30]               https://www.hrw.org/nl/news/2015/10/02/281866

[31]               https://www.villamedia.nl/artikel/journalisten-belaagd-tijdens-rwanda-dag-in-amsterdam

[32]               http://www.pwc.com/gx/en/issues/high-growth-markets/africa-business-group/african-megatrends.html

[33]               http://www.pewglobal.org/2015/04/15/cell-phones-in-africa-communication-lifeline/

[34]               http://www.ibtimes.com/mobile-phones-africa-subscriber-growth-slow-sharply-companies-struggle-reach-rural-2140044

[35]               http://www.megacities-africa.com/index.php/features/who-should-be-there

[36]               http://www.blog.kpmgafrica.com/africas-7-megacities-the-catalysts/

[37]               Waar zit de meest lucratieve natuurlijke hulpbronnen van Afrika? Zie de infographic van consultancybureau KPMG: http://www.blog.kpmgafrica.com/wp-content/uploads/2013/11/africas-natural-resources.jpg

[38]               http://www.ft.com/intl/cms/s/0/e6b692ec-5e2f-11e5-a28b-50226830d644.html#axzz3rl8O1jCq

[39]               https://fairreporters.wordpress.com

[40]               https://www.zammagazine.com/chronicle/chronicle-9/136-africa-inside-out

[41]               http://stats.oecd.org/Index.aspx?QueryId=69025#

[[44]               https://www.youtube.com/watch?t=2&v=rQ7pZZntXv0

[45]               http://www.prospectmagazine.co.uk/opinions/the-problem-with-foreign-aid

[46]               http://africasacountry.com/2015/05/in-search-of-integrity-and-africans-in-the-ngo-world/

[47]               http://www.viceversaonline.nl/2014/12/boek-reframing-the-message-beeldvorming-rond-os-moet-genuanceerder/

[48]               http://www.wildeganzen.nl/over-wilde-ganzen/reframing-the-message/

[49]               https://www.usaid.gov/sites/default/files/documents/15396/usaid_partnership%20report_FINAL3.pdf

[50]               http://borlaug.tamu.edu/2015/05/01/release-rwanda-pyrethrum-project-more-than-triples-pyrethrum-value/

[51]               http://williameasterly.org/books/the-white-mans-burden/

[52]               http://www.lokaalmondiaal.net/vice-versa/boeken/berichten-over-armoede-2/

[53]               http://williameasterly.org/books/the-white-mans-burden/

[54]               https://www.rijksoverheid.nl/regering/inhoud/bewindspersonen/lilianne-ploumen/documenten/toespraken/2015/05/26/blijven-in-plaats-van-vertrekken

[55]               http://unctad.org/en/Pages/MeetingDetails.aspx?meetingid=681

[56]               Opgetekend tijdens aanwezigheid MvdK bij http://unctad.org/en/Pages/MeetingDetails.aspx?meetingid=681

[57]               http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/wir2015_en.pdf

[58]               http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/wir2015_en.pdf

[59]               http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/EDD9D828-97F5-411B-BB03-6745F6E7DEC1/0/2008p19p221art.pdf

[60]               https://agenda.weforum.org/2015/05/9-mega-trends-shaping-the-future-of-africa/

[61]               https://www.youtube.com/watch?v=7gsMk3nXpW8&utm_content=buffer2dc5c&utm_medium=social&utm_source=twitter.com&utm_campaign=buffer

[62]               Opgetekend door MvdK bij http://unctad.org/en/Pages/MeetingDetails.aspx?meetingid=681

[63]               http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2015-2016/ttip.html

[64]               http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/webdiaepcb2014d3_en.pdf

[65]               http://teamdata.oneworld.nl/projects/isds/bewegingskaart-claimants/

[66]               http://blogaila.com/2014/10/12/africa-and-the-system-of-investor-state-dispute-settlement-to-reject-or-not-to-reject-uche-ewelukwa-ofodile/

[67]               http://blogaila.com/2014/10/12/africa-and-the-system-of-investor-state-dispute-settlement-to-reject-or-not-to-reject-uche-ewelukwa-ofodile/

[68]               https://www.mfw4a.org/fileadmin/data_storage/documents/other-internal-documents/Making_Finance_Work_for_Africa.pdf

[69]               http://taxjustice.somo.nl/why-bother-with-tax/how-countries-are-deprived-of-tax-revenues/

[70]               http://taxjustice.somo.nl

[71]               [71] http://www.worldbank.org/en/programs/globalfindex/infographics/infographic-global-findex-2014-sub-saharan-africa

[72]               http://www.pewglobal.org/2015/04/15/cell-phones-in-africa-communication-lifeline/africa-phones-5/

[73]               http://www.fin24.com/Tech/Mobile/Africas-mobile-money-transactions-top-656m-20150120

[74]               http://qz.com/424535/in-south-africa-and-nigeria-banks-want-to-be-phone-companies-in-kenya-the-phone-company-is-already-the-bank/

[75]               http://www.theguardian.com/books/2008/nov/01/africa